Adriaen Willaert - schilderij door Titiaan

Contact | Nieuwsbrief | Sitemap


Oeuvre

OEUVRE ALFABETISCH : K

We kunnen hier niet alle composities uitvoerig behandelen. Daartoe is er te weinig plaats. Wil je van een bepaald werk meer informatie hebben, schrijf ons en we zullen u bijna zeker kunnen helpen.
info@adriaenwillaert.be

Structuur van de gegevens · Referentie handschriften en drukken (sigla) · RISM-lijst
A · B · C · D · E · F · G · H · I · J · K · L · M · N · O · P · Q · R · S · T · U · V · W · X · Y · Z

Terug naar overzicht oeuvre.

Kein Adler in der Welt

Afbeelding met Menselijk gezicht, verven, kleding, tekening  Automatisch gegenereerde beschrijvingMaximiliaan, die in 1508 tot keizer van het Heilige Roomse Rijk werd gekroond, was naast zijn oorlogszuchtige activiteiten een groot beschermheer van de kunsten. De muziek had daarbij zijn bijzondere belangstelling en hij haalde de belangrijkste musici van zijn tijd naar zijn hof: Heinrich Isaac, Josquin des Pres, Paul Hofhaimer en Johannes Ockeghem.
De 500ste sterfdag van keizer Maximiliaan I was ook de gelegenheid voor de nieuwe cd van het ensemble Per-Sonat. De religieuze muziek voor keizer Maximiliaan is al op grote schaal gepubliceerd. Het ensemble Per-Sonat, o.l.v. Sabine Lutzenberger, richt zich op de wereldlijke muziek aan het hof van Maximiliaan. Op hun nieuwe cd staan liederen, chansons en dansen die de liefde van de keizer voor muziek op een nieuwe manier documenteren.
Naast anonieme dansen, o.a. La Portingaloise (basse danse), La basse danse de Cleves en La basse danse du Roy d’Espaigne, koos men voor composities van Josquin Despres, (Proch dolor), Paul Hofhaimer (Ach Lieb mit Leyd), Heinrich Isaac (“Kein frewd hab ich uff erd”, “Mein Freud allein” en “Zwischen Berg und tieffe Tal”), Jean Mouton (O pulcherrima mulierum (Antoine de Fevin)), Johannes Ockeghem (D’ung aultre amer), Ludwig Senfl (Kain hohers lebt noch schwebt en “Kein Freud’ ohn’ dich”), en Adrian Willaert (“Kein Adler in der Welt so schon”).


 

De bijdrage van Adriaen Willaert

De originelen worden bewaard in de Universiteitsbibliotheek van Erlangen Nürnberg Duitsland.
Beschreven en afgebeeld in Elfried Bock, Die Zeihnungen in der Universitätsbibliothek Erlangen, Tafelband, Frankfurt an Main, 1929.
Afbeelding van B1064 en B1068 op blz. 248 van dit boek.
Elfried Bock 1875-1933 was kunsthistoricus en museumdirecteur.

Materiaal

Gemaakt omstreeks 1544-1550 met vederpen en penseel in grijze en bruine watertinten, gewassen, muzieknoten en tekst in zwarte inkt, op blauwachtig vergépapier (houtvrij, ongestreken, pH-neutraal en zuurvrij papier) door anonieme (?) kunstenaar. Op de bastekening staat Raphael vermeld en op bijgaand papiertje bij tenor 2 Raphael de Urbin(o)? Deze laatste overleed in 1520? Gemaakt door kunstenaar naar tekeningen van de overbekende Rafael Sanzio?

Beschrijving


- tekening 1 (B1066): superiuspartituur (sopraan) versierd met zangeresfiguur en adelaar wapenschild, diameter 27,1 cm

- tekening 2 (B1067): altpartituur versierd met zinkblazer (houten blaasinstrument uit renaissance- en baroktijd met 6 vingergaten en een duimgat, wordt aangeblazen zoals een trompet) en adelaar wapenschild, diameter 27,9 cm

- tekening 3 (B1064): eerste tenorpartituur versierd met viola da gambaspeelster en adelaar wapenschild, diameter 27,5 cm

- tekening 4 (B1068): tweede tenorpartituur versierd met pommerspeler (blaasinstrument uit renaissancetijd met dubbelriet en rechte conische boring) en adelaar wapenschild, diameter 27,3 cm

- tekening 5 (B1065): baspartituur versierd met schuiftrombonespeler zonder ventielen en adelaar wapenschild, diameter 27,6 cm

Toelichting

- Als naam van de componist staat Adriaen Willaert vermeld onder volgende 4 vormen: Adrianus Wylhaert, A Wylhaert, A Wylhaer Venetus (uit Venetië) en AW
- Het (dubbelkoppige) adelaarswapen dat telkens voorkomt is dat van de Habsburgers
- De tekst van het lied zou volgens de eerste verzen:
Geen adelaar ter wereld is zo mooi, zweeft, leeft van zijn veren. Versierd alsof hij een kroon draagt…
een ode kunnen zijn aan de Habsburgse
Duitse keizer Maximiliaan I (1459-1519) gehuwd met Maria van Bourgondië.
Naar de rest van de tekst (zie moderne partituur) zou het ook supplementair kunnen gaan over een ode aan een lokale Augsburgse dame en musica genaamd Katharina von Logschau , geboren Adler. Discussie staat open … Beide interpretaties kunnen zelfs samengaan.


Kein Adler door Adrian Willaert: de  moderne muziekpartituur


Klik hier voor de moderne muziekpartituur

 

“Kein adler” door Senfl en von Bruck

De tekst van dit lied werd ook polyfonisch getoonzet door 2 tijdgenoten van Adriaen:  door Ludwig Senfl (rond 1490-1543) en door Arnold von Bruck of van Brugge (14??-1536).


Biografie Ludwig Senfl

Afbeelding met schets, Zelfportret, tekening, illustratie  Automatisch gegenereerde beschrijvingLudwig Senfl (Bazel, ca. 1486 - München, tussen 2 december 1542 en 10 augustus 1543) was een in Zwitserland geboren componist, die vrijwel zijn hele leven in de Duitse landen werkte. Hij was leerling van Heinrich Isaac en later hofcomponist van keizer Maximiliaan I.
Senfl volgde Isaac na diens dood op als hofcomponist en bleef dit tot aan de dood van Maximiliaan I in 1519, toen de hofkapel door de nieuwe keizer Karel V werd opgeheven. Hierna reisde hij af naar Passau waarna hij in 1523 werk vond in de hofkapel van München. Hij bleef er tot aan zijn dood.
Senfl componeerde hoofdzakelijk meerstemmige liederen, vaak van een profaan karakter, en vele instrumentale werken. Zijn stijl is beginnend renaissancistisch, en sommige van zijn werken zijn volksliedjes geworden. (Bron: Wikipedia)


Kein Adler door Ludwig Senflin der Welt: moderne muziekpartituur

Download hier.

Biografie Arnold von Bruck (1)

(Bron: Wikipedia)
Arnold von Bruck, ook Arnoldus Brugensis (Brugge?, ca. 1500 - Linz6 februari 1554) was een Vlaams-Oostenrijkse polyfonist uit de Franco-Vlaamse School.
Uit onderzoek is gebleken dat de familienaam Von Bruck wijst op zijn afkomst uit het Vlaamse Brugge. Ongeveer vanaf 1510 was Von Bruck in dienst van het Habsburgse hof in Wenen. In 1527 werd Arnold von Bruck, een katholieke gewijde geestelijke, aangesteld als opvolger van Heinrich Finck kapelmeester aan de Weense hofkapel onder keizer Ferdinand I. Een van zijn vice-kapelmeesters was Stephan Mahu. Na bezigheden in LjubljanaZagreb en Kocevje werd hij kapelaan aan de Sint-Stefaansdom in Wenen en later in Linz. Tot 1546 bleef hij in elk geval als kapelmeester verbonden aan het Habsburgse hof. Dat de waardering voor Von Bruck groot moet zijn geweest, blijkt wel uit de erepenning die voor hem werd geslagen.
Von Bruck schreef motetten en liederen gegrond op een cantus firmus. Zijn werken werden zowel door katholieken als protestanten gewaardeerd. De tekst van "Mitten wir im Leben sind", zijn meest bekende werk, is van de hand van Martin Luther. Zijn composities werden in 1544 door Georg Rhaw uitgegeven.
Zijn vierstemmig lied met Duitse tekst "Ich weis mir ein mülnerin" past in een traditie van alvast ten minste vijf overgeleverde meerstemmige zettingen van een lied dat vermoedelijk van Nederlandse oorsprong is ("Ic weet een molenarinne"). De zetting van Von Bruck lijkt aantoonbaar gebaseerd op de bas van een driestemmige compositie uit het handschriftelijke liedboek van Lauwerijn van Watervliet.
Het onvolkomen rijm van wat zich als een Duitse vertaling aandient, bevestigt dat het Nederlandse lied model stond.


Nederlandse tekst uit het liedboek van Lauwerijn van Watervliet (circa 1505)

Duitse versie, gebruikt voor de zetting door Von Bruck

Ic weet een molenarijnne
Van herten alzoo fijn
In alle dese landen
En mach gheen scoender zijn.
Rijck God wou zij mij malen:
Goet cooren zal ic huer halen
Wil zij mijn molenarijnne zijn.

Ich weis mir ein mülnerin,
Ein wunderschönes weib.
In allen diesem landen
Ein hübsche mülnerin.
Wolt Got, ich solt ir malen,
Mein körnlein zu ir tragen,
So mal ich dirs wen ich mag.

Biografie Arnold von Bruck (1)

Bron: [p. 13] Vlaanderen kunsttijdschrift jg.51 2002

Arnold von Bruck (ca. 1500-1554)
Arnoldus Brugensis
Bruno Bouckaert

Hoewel hij niet meteen tot de bekendste polyfonisten uit de Lage Landen kan worden gerekend, mag zowel de muzikale carrière als het oeuvre van de 16de-eeuwse componist Arnold von Bruck zeker als belangwekkend worden bestempeld. Zijn afkomst vormt reeds lang het onderwerp van discussie. De meest diverse spellingswijzen van zijn familienaam - gaande van von/de Bruch (Bruck), de Brucq, de Prug, de Pruck(h), de Prügh tot de Prigh, enz. - gaven aanleiding tot verschillende theorieën over de vermoedelijke geboorteplaats. Niet alleen kwam Brugge in aanmerking op basis van de toenmalige Duitse spelling van de stadsnaam, maar ook - en vooral volgens Duitse muziekhistoriografen - Brugg im Aargau (Zwitserland) en de Oostenrijkse steden Bruck an der Leitha, Bruck an der Mur en Bruck an der Ammer. Inmiddels wordt algemeen aanvaard dat von Bruck, indien niet met absolute zekerheid dan toch naar alle waarschijnlijkheid, in Brugge moet zijn geboren. Het gebruik van de Latijnse vorm Arnoldus Brugensis kan evenwel enkel verwijzen naar de stad Brugge. Bovendien woonden volgens het testament van de componist uit 1550 en andere archivalische bronnen zowel één van zijn twee zusters als zijn neef Jane Danel in Brugge.
Samen met zijn illustere voorganger Heinrich Isaac (ca. 1450/1455-1517), behoort von Bruck tot de eerste Vlaamse polyfonisten die naar de Duitse gebieden uitzwermden. Zijn muziekopleiding genoot hij in de Nederlanden.


Vermoedelijk vanaf ca. 1506 was hij koraal (koorknaap) aan het hof van de latere keizer Karel V. Hiermee was hij verbonden aan één van de meest prestigieuze Europese muziekinstellingen en waren alle elementen aanwezig voor een bloeiende internationale carrière. In die periode nam Marbrianus de Orto (ca. 1460-1529) de leiding over de hofkapel waar. Gezien hij in de opleiding van de koralen een centrale rol speelde, mag de Orto als de leermeester van von Bruck worden beschouwd. Von Bruck bleef aan de hofkapel verbonden tot 1519. Daarna is men het spoor bijster tot 1527, wanneer hij in het bisdom Terwaan tot priester wordt gewijd. In hetzelfde jaar waarin Adriaan Willaert tot kapelmeester van de Venetiaanse San Marcobasiliek werd benoemd, kon ook von Bruck een belangrijk muzikaal ambt verwerven. In de tweede jaarhelft van 1527 werd hij immers in Wenen aangesteld tot kapelmeester aan het hof van aartshertog Ferdinand (de latere koning en keizer Ferdinand I en broer van keizer Karel). Nadat hij er vermoedelijk al korte tijd actief was, volgde von Bruck er de op 9 juni overleden kapelmeester Heinrich Finck (1444/1445-1527) op. Slechts een zestal maanden eerder had men de toen reeds 82-jarige Finck de opdracht toevertrouwd een professioneel en hoogstaand zangersensemble naar internationaal model uit te bouwen. Door het overlijden van Finck kwam deze taak nu op de schouders van de Brugse componist te rusten. Het hoeft dan ook niet

[p. 14]
te verwonderen dat von Bruck heel wat musici in dienst nam die afkomstig waren uit de Lage Landen, een regio waar nagenoeg alle toenmalige wereldlijke en kerkelijke leiders naar believen uit rekruteerden. Hij heeft bijgevolg in niet onaanzienlijke mate bijgedragen tot de aanwezigheid van de Vlaamse polyfonisten en de verspreiding van hun muziek in de Duitse gebieden.
Het ambt als kapelmeester zou von Bruck meer dan achttien jaar lang uitoefenen. Behalve het onderrichten van de koralen, diende hij het professionele zangersensemble dat de dagelijkse vieringen met gregoriaanse gezangen en meerstemmige muziek opluisterde, te leiden. Er werd van hem ook verwacht zelf muziek te componeren voor specifieke feestelijkheden. Bij zijn taken kon von Bruck rekenen op de hulp van een vice-kapelmeester, een ambt dat achtereenvolgens bekleed werd door Stephan Mahu (ca. 1480-1541) en de Gentenaar Pieter Maessens (ca. 1505-1562). In 1543 reisde von Bruck nog eens terug naar zijn geboortestreek om er zangers voor de hofkapel te rekruteren.
Het oeuvre van Arnold von Bruck is in talrijke drukken en handschriften overgeleverd. Eenmaal aangesteld als kapelmeester in Wenen, blijkt zijn werk zeer geliefd bij (lees: commercieel aantrekkelijk voor) de Duitse muziekdrukkers. Reeds in 1534 plaats Hans Ott zijn werk centraal in een verzameldruk met verder nog composities van Ludwig Sendl en Wilhelm Breitegraser. Hoewel von Bruck in dienst stond van een bij uitstek katholieke vorst, zijn er slechts een twintigtal Latijnse hymnen, magnificats en motetten van zijn hand bewaard gebleven. Hij toont zich hierin een waardige erfgenaam van de Josquingeneratie. Uit zijn vroege periode stamt onder meer een bewerking van Antoine de Févins Sancta Trinitas. Eén staatsmotet componeerde hij ter ere van de Poolse koning Sigismund I; Ferdinands kroning in Keulen in 1531 vormde dan weer de aanleiding tot het schrijven van een Te Deum. Opmerkelijk zijn ook enkele twee- tot vierstemmige motetten voor hoge stemmen, die ongetwijfeld als oefeningen voor de koralen van de hofkapel waren bedoeld. Vooral van belang in muziekhistorisch opzicht evenwel is von Brucks bijdrage tot het Duitse geestelijke en wereldlijke Lied, met respectievelijk 15 en 20 werken. In deze laatste categorie toont von Bruck zich een meester in het cantus firmus-lied, waarbij de melodie in de tenor door instrumentaal uit te voeren partijen wordt omgeven.
In zijn functie had von Bruck ongetwijfeld intensieve contacten met tijdgenotencomponisten. Tot zijn leerlingen behoorden onder meer de componist Herman Finck (1527-1558) en de muziektheoreticus Johann Zanger (na 1517-1587). Tijdens von Brucks kapelmeesterschap verbleef ook Erasmus Lapicida (Steinschneider, ca. 1440/1450-1547), componist en muziektheoreticus, aan het hof in Wenen. Caspar Copus, cantor aan de Weense Stephansdom, droeg in 1550 een Salve Regina op in gratiam Arnoldi de Bruck.
Zoals zovele componisten cumuleerde von Bruck zijn mandaat als kapelmeester met enkele kerkelijke beneficies. Dat hem dergelijke functies werden aangeboden kan alleen maar getuigen van zijn maatschappelijk hoog ingeschatte positie. Zo was hij de houder van een altaar in de Weense Sint-Stephansdom, waarvoor hij ook enkele werken componeerde. In Linz bezat hij aan de Dom sinds 1543/1544 het lucratieve Beneficium Sanctae Trinitatis en aan de kathedralen van Ljubljana (1528-1548), Zagreb (vanaf 1529) en Laas (vanaf 1531) kon hij een prebende als kanunnik in de wacht slepen. Een andere unieke blijk van eer ten slotte is zijn beeltenis op een gedenkmunt door Ludwig Neufarer vervaardigd in 1536.
Op 31 december 1545 werd von Bruck aan het hof op pensioen gesteld, maar achter de schermen bleef hij nog zeer actief. Pas op 6 februari 1554 overleed hij in het Oostenrijkse Linz, na een lange en zeer vruchtbare carrière.

Kein Adler in der Welt door Bruck: moderne muziekpartituur

Download hier de partituur.


 


Terug naar het overzicht van het oeuvre

Top

Volg ons op Facebook Volg de Adriaen Willaert Foundation op Facebook

© AWF-foundation vzw - info@adriaenwillaert.be