Adriaen Willaert - schilderij door Titiaan

Contact | Nieuwsbrief | Sitemap

OEUVRE

OEUVRE VOLGENS GENRE

Voor nadere gegevens: zie via "oeuvre": "oeuvre chronologisch ", "oeuvre alfabetisch"
of RISM-lijst.
Wij hebben voornamelijk geput uit BOSSUYT, IGNACE. Willaert Adriaan (ca. 1490-1562).
Leven en werk. Stijl en genres. Leuven, 1985, p. 89- 154, waar nog verder wordt ingegaan op de kenmerken van die composities.

Terug naar overzicht oeuvre.

  1. Missen
  2. Motetten of Cantiones Sacrae
  3. Hymnen, psalmen e.a. liturgische werken
  4. Profane motetten
  5. Madrigalen
  6. Villanesca of canzone villanesche
  7. Chansons
  8. Instrumentale muziek

1. Missen

Met de miscomposities treedt Willaert grotendeels in het voetspoor van zijn leermeester
Mouton, die als een van de eersten parodiemissen schreef. De missen die Willaert schreef zijn alle parodiemissen, slechts één is een cantus-firmusmis.

Liber quinque missarum

vermoedelijk 1527 - 1536
In sept. 1536 uitgegeven door Francesco Marcolini da Forli, Venetië. (RISM W 1103 - 1536a)
Bevat volgende vierstemmige missen, alle parodiemissen :

-Quaeramus cum pastoribus (versie 1) (op een motet van Mouton)
-Christus resurgens (op een motet van Mouton of van Jean Richafort)
-Laudate Dominum (op een motet van Mouton)
-Gaude Barbara (op een motet van Mouton)
-Osculetur me (op een motet van Mathieu Gascongne)

"It was the first print solely devoted to the music of Adriaen Willaert, and thus occupies a most important position in his career. It was also published at a time when Willaert was still establishing himself as a figurehead in the musical life of the city of Venice."
Tim Shephard. Journal of the Alamire Foundation 4/2012 p. 56.

"I suspect that the five masses published by Marcolini at Venice in 1536 may also go back to
Willaert's years in France, given their style and their choice of models."

Joshua Rifkin. Art. Ercole's second-Hand coronation Mass.


-Missa 'Benedicta es'

Parodiemis op een motet van Josquin Desprez
Handschrift o.m. in de bibliotheek van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap te
's Hertogenbosch (codex 72A)
Wordt ook toegeschreven aan de Franse componist Nicolle des Celliers de Hesdin, +1538

-Missa 'Quaeramus cum pastoribus (versie 2) (eveneens op een motet van Mouton)
authenticiteit betwijfeld

-Missa 'Mente Tota'

Zesstemmig
vermoedelijk uit de jaren ca. 1516 - 1521, want te situeren tijdens het pontificaat van paus Leo X (1513 - 1521)
Vertrekt van de quinta pars van Josquins motet Vultum tuum deprecabuntur
Handschrift o.m. in de Sixtijnse kapel (codex 16)
Uitgegeven en toegelicht door René Lenaerts in Musica Sacra, Mechelen,
jg. 42 (1935) p. 153-165

-Missa 'Mittit ad virginem'

zesstemmig
gebaseerd op een eigen motet uit de Musica Nova van 1559
vermoedelijk uit de jaren 1559 - 1563, want ter ere van hertog Alfonso II, hertog van Ferrara
Handschrift in een codex te Modena

-Missa
(zonder titel, met cantus firmus waarschijnlijk op een soggetto cavato mi ut mi sol))
Vijfstemmig
Handschrift in de bibliotheek van de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap te
's Hertogenbosch (codex 72A)

-Kyrie
[Cunctipotens genitor]
vierstemmige cantus firmuszetting.


2. Motetten of Cantiones Sacrae


"In zijn motetkunst bracht Willaert een prachtige synthese tot stand tussen een aantal traditioneel-Nederlandse technieken en een meer naar de toekomst gerichte, en o.m.
door zijn toedoen vooral in de "Venetiaanse school" toegepaste schrijfwijze."
Bossuyt, 1985.

"Nog al te vaak wordt er in de hedendaagse muziekwetenschappelijke literatuur van uitgegaan dat Latijnse motetten in een strikt religieus kader gesitueerd dienen te worden. Dit geldt niet in het minst voor het omvangrijke motetoeuvre dat Adriaan Willaert (ca. 1490-1562) gedurende zijn verblijf in Venetië - van 1527 tot aan zijn overlijden in 1562 - componeerde. Deze verhandeling wil door een bredere contextuele inbedding, die bestaat uit een nauwe verbinding van muziek-theoretische, -historische en -analytische beschouwingen, niet alleen een genuanceerdere kijk bieden op de zestiende-eeuwse genreproblematiek, maar vooral ook de motetproductie van Adriaan Willaert in een historisch juister perspectief plaatsen. "
Katelijne. Schiltz, Adriaan Willaert en de Venetiaanse motetpraktijk. Een onderzoek naar stijlbepaling , Katholieke Universiteit Leuven, 2001


Willaert componeerde in totaal ca. 175 motetten, waarvan ca. 80 vierstemmige,
51 vijfstemmige, 38 voor zes en 5 voor zeven stemmen, en tenlotte één driestemmig.

a. De Medici Codex:

een handgeschreven koorboek uit 1518 met motetten, opgedragen aan Lorenzo de Medici, hertog van Urbino.
Volgende 7 motetten zijn van Adriaen Willaert:

-Virgo gloriosa Christi Margareta
-Beatus Joannes Apostolus 2. Ipse est qui evangelii
-Saluto te Sancta Maria Virgo 2. Rogo te ergo per illud
-Regina coeli laetare 2. Resurrexit sicut dixit (versie 2)
-Christi Virgo dilectissima 2. Quoniam peccatorum mole
-Veni Sancte Spiritus 2. Sine tuo numine (versie 2)
-Intercessio quaesumus, Domine

Zie: Lowinsky, Edward E. ed. The Medici Codex of 1518. A Choirbook of Motets
Dedicated to Lorenzo de Medici, Duke of Urbino, 3 vol., Chicago-Londen 1968
(= Monuments of Renaissance Music 3-5).

b. De Rusconi Codex:
genoemd naar de 18e-eeuwse bezitter, eveneens in 1518
Is een handgeschreven koorboek met een kleine honderd nummers.
Adriaen Willaert is er vertegenwoordigd met drie motetten:

-O gemma clarissima Catherina
-Quia devotis
-Dominus regit me 2. Parasti in conspectu

c. Het eerste motet van Willaert dat werd gedrukt, verscheen reeds in 1519, nl. in de
Motteti de la corona. Libro quarto
van Ottaviano Petrucci. (RISM 15193)

-Verbum bonum et suave [a 6]

d. Andrea Antico neemt in 1520-1521 in verschillende van zijn publicaties een zevental
motetten op van Adriaen Willaert. (RISM 15202-3 en 15214-6-7)

-O gemma clarissima (reeds in de Rusconi Codex)
-Sancta et immaculata 2. Cum jucunditate memoriam
-Christi virgo dilectissima 2. Quoniam peccatorum (reeds in de Medici
Codex)
-Inter natos mulierum
-Intercessio quaesumus domine (reeds in de Medici Codex)
-Regina coeli 2. Resurrexit sicut dixit (versie 2)


e
. Belangrijkste manuscriptenverzamelingen met motetten van Adriaen Willaert uit die
periode bevinden zich:

-in Londen, The Royal College of Music (LonRC 2037 uit 1527-34) met 25 motetten
van Willaert

-Pater noster (versie 1)
ii. Ave Maria, gratia plena (versie 3)
-Magnum hereditatis
-Mirabile misterium
-Benedicta es coelorum
ii. Per illud ave (versie 1)-
-Videns dominus flentes
-Quasi unus de paradisi
ii. Deus qui beatum Marcum
-Tristis est anima
ii. Tenebre facte
-Plange quasi virgo
-Ave regina coelorum
ii. Gaude gloriosa
-Inviolata integra
ii. Nostra ut pura (versie 1)
-Dominus regit
ii. Parasti in conspectu
-Patefactae sunt ianue
ii. Mortem enim
-Saluto te sancta virgo
ii. Rogo te ergo per illud
-Victimae Paschali
ii. Angelicos testes (versie 1)
-In tua patientia
-Ave virginum gemma
-O gemma clarissima
-Visita quesumus domine (Jacquet)
-Quem terra pontus
ii. Maria Mater gratiae
-Intercessio quaesumus domine
-Salve crux sancta
ii. Causa etiam vitae
-O magnum mysterium
ii. Ave Maria gratia plena (versie 2)
-Valde honorandus
-Regina coeli
ii. Resurrexit sicut dixit (versie 2)
-Domine Jesu Christe Fili Dei vivi, qui de coelis

-in Rome, Bibliotheca Vallicelliana (RomeV S35 uit 1530-31) met 15 of 18 motetten
van Willaert op een totaal van 90.

-Infirmitatem nostram quaesumus Domine (Verdelot)
-Peccavi super
ii. Quoniam iniquitatem
-Domine Jesu Christe Fili Dei vivi, qui frigestente
-Simile est regnum
ii. Deus qui meritis beate
-Verbum iniquum
ii. Duo rogavi
-O crux splendidior
ii. Dulce lignum
-Deus in nomine tuo
ii. Ecce enim Deus (Lirithyer)
-O stupor gaudium
ii. Tuis astra posteris
-Ave Maria ancilla
ii. Ave Maria fons
-Ave maris stella dei mater alma
ii. M[o]nstra te esse matrem sumat per te (versie 1)
-Ecce dominus veniet et omnes sancti eius
-O salutaris hostia que celi pandis
-O beatum pontificem qui totis visceribus
-O gloriosa domina excelsa super sidera
ii. Maria mater gratie
-Obsecro domine
ii. Qui regis Israel
-Beata viscera Marie (Verdelot)
-Domine Jesu Christe amator
ii. O bone Jesu et dulcis
-O beata infantia
ii. O felices panni

Het handschrift, dat vermoedelijk van Florentijnse afkomst is en dateert uit de jaren
ca. 1527-1530, bevat hoofdzakelijk composities waarin thema's als vrede (Da pacem-
motetten), rouw en angst naar voor komen. Het werd vermoedelijk samengesteld naar aanleiding van de beruchte Sacco di Roma (1527) en de opstand die terzelfdertijd in
Florence losbrak tegen het Medicibewind.

f.
Jacques Moderne publiceert in 1532 zijn achtdelige Motetti del fiore. (RISM 1532/9 - 10 - 11)
Hij neemt zes motetten uit vroegere verzamelingen van Adriaen Willaert op.

g.
Vanaf 1528 drukt Pierre Attaingnant te Parijs muziek van Willaert
In 1534 wordt dit een reeks van verschillende volumes motetten, waaronder verschillende nummers van Willaert:
Waarvan volgende nieuwe titels:

In het "Liber primus" (RISM 1534/3)

In het "Liber secundus" (RISM 1534/4)

In het "Liber tertius" (RISM 1534/5)

In het «Liber quartus»(RISM 1534/6)

In het «Liber octavus» (RISM 1534/10)

In het «Liber duodecimus» (RISM 1535/4)

naast heel wat oudere Willaertnummers

h.
Matthias Krüger uit Königsberg (D) vervaardigt tussen 1537 en 1544 verschillende manuscripten met motetten waarin liefst vijfentwintig werken van Adriaen Willaert zijn terug te vinden.
Waaronder volgende nieuwe titels:

en daarbij ook 5 motetten, die elders niet terug te vinden zijn.


i.
In diezelfde periode zijn nu ook Duitse drukkers geïnteresseerd in motetten van Willaert.
In Frankfurt am Main: Formschneider (Grapheus) (RISM 1537/1 en 1538/3)
met volgende nog onuitgegeven nummers:

In Neurenberg: Petreius (RISM 1538/7)
met één nieuw motet:

In Wittenberg: Rhaw (RISM 1538/8)
met één nieuw motet:

In Straatsburg: Peter Schäffer drukt in 1539 enkele motetten die hetzelfde jaar in Venetië waren verschenen
(RISM 1539/08)

j.
Enkele drukkers uit Ferrara, onder wie Johannes de Buglhat, werken in 1538 samen om een Liber Cantus triginta novem motetos uit te geven. (RISM 15385)
Hierin staan negen, meestal oudere motetten van Adriaen Willaert
Nieuwe titels zijn:


k.
Samen met Andrea Antico geven Scotto (Girolamo? Brandino? Ottaviano?) in 1539 te Venetië twee boeken VIERSTEMMIGE MOTETTEN uit met hoofdzakelijk nieuwe nummers

Musica quatuor vocum (quae vulgo motecta nuncupantur)..liber primus
(RISM W 1106 - 1539a)
Herziene heruitgave in 1545 (RISM 1107 - 1545)

  1. Ave Maria, gratia plena (versie 1)
  2. Videns Dominus
  3. Quasi unus de paradisi 2. Deus qui beatum
  4. Antoni pastor inclyte
  5. Omnipotens sempiterne Deus
  6. Angelus Domini descendit
  7. Ave dulcissime Domine
  8. Natale sanctae Euphemiae 2. Tu Domine
  9. O gemma clarissima
  10. O Thoma laus et gloria
  11. Veni Sancte Spiritus 2. Sine tuo numine (versie 2)
  12. Benedicta es 2. Per illud ave (versie 1)
  13. Beata Dei genitrix 2. Et beata
  14. O Domine Jesu Christe (versie 1)
  15. Mirabile mysterium
  16. Magne martyr Adriane
  17. Ave Regina coelorum 2. Gaude gloriosa (versie 1)
  18. Domine Jesu Christe, fili Dei vivi, qui de coelis
  19. Armorum fortissime 2. Te igitur
  20. In illo tempore stabant
  21. Joannes Apostolus 2. Ecclesiam
  22. Ad te Domine
  23. Tota pulchra es
  24. Patefactae sunt januae 2. Mortem
  25. Surgit Christus 2. Dic Maria 3. Dic Maria
  26. Magnum haereditatis mysterium

vindplaatsen: B KBR (A, T) - D Mun (S,A,T,B) - E V (A; zonder titelblad) - GB Lbl - I Bc(S),
PLn (zonder S), Vib(S)

Motetti... libro secondo a quattro voci
(RISM W 1108 - 1539b)
Herziene heruitgave in 1545 (RISM W1109 - 1545)

  1. Qui habitat in adjutorio 2. Cadent 3. In manibus (versie 1)
  2. Parens tonantis maximi
  3. Usquequo Domine 2. Illumina oculos
  4. Strinxerunt corporis membra 2. Mea nox
  5. Valde honorandus est beatus Joannes
  6. Spiritus meus 2. Libera me Domine
  7. Victimae paschali laudes 2. Dic nobis Maria (versie 1)
  8. Domine Jesu Christe mementa 2. Et concede
  9. Beatus Stephanus 2. Et videntes
  10. Sancte Paule Apostole
  11. Congratulamini 2. Recedentibus (versie 1)
  12. Ave Regina coelorum 2. Mater Regis (versie 2)
  13. Quem terra, pontus, aethera 2. Beata coeli
  14. O magnum mysterium 2. Ave Maria (versie 2)
  15. Ave virginum gemma Sancta Catharina
  16. Inviolata, integra et casta 2. Nostra ut pura (versie 1)
  17. Salve crux sancta 2. Causa etiam
  18. Dominus regit me 2. Parasti in conspectu meo
  19. Beatus Joannes 2. Ipse est
  20. Congratulamini 2. Beatam me dicent (versie 2)
  21. Saluto te 2. Rogo te ergo

vindplaatsen: D Mun - I BolC

l. Antonio Gardano maakt in 1545, te Venetië, een gewijzigde heruitgave van Scotto's vierstemmige motetten met weglating van een tiental motetten en toevoeging van volgende hoofdzakelijk nieuwe nummers:
(vergelijk RISM W 1106 - 1539a en b / W 1107 - 1545b en c / W 1108 - 1539a en b / W 1109 - 1545b en c)

In liber primus

  1. In tua patientia
  2. Homo quidam fecit
  3. Nazaraeus vocabitur

In liber secundus

  1. Pater noster (versie 1) 2. Ave Maria, gratia plena (versie 3)
  2. Dulces exuviae (versie 2)
  3. Flete oculi
  4. Intercessio quaesumus
  5. Regina coeli laetare (versie 1)



m.
Girolamo Scotto drukt in 1539 een verzameling VIJFSTEMMIGE MOTETTEN, ook hoofdzakelijk nieuwe nummers, die hij ongewijzigd herdrukt in 1550. (RISM W 1110 - 1539c / W 1111 - 1550a)

Musica quinque vocum (quae vulgo motecta nuncupantur) ... liber primus

  1. Verbum iniquum 2. Duo rogavi
  2. Salva nos ab excidio
  3. Christus resurgens 2. Dicant nunc
  4. Prolongati sunt 2. Inveterata 3. Sit
  5. Si rore Aonio 2. At desueta diu
  6. Domine Jesu Christe (versie 2)
  7. Adriacos numero 2. Nobis dum
  8. Laetare sancta mater Ecclesiae 2. Augustine lux
  9. Inclite dux 2. Sanguine tam multo
  10. Sacerdotum diadema 2. O Gratiane
  11. Regina coeli laetare 2. Resurrexit (versie 3)
  12. Peccavi super numerum 2. Quoniam
  13. O crux splendidior 2. Dulce lignum
  14. Ecce lignum crucis 2. Crux fidelis
  15. Inclite Sfortiadum princeps
  16. Locuti sunt 2. Et posuerunt
  17. Haud aliter pugnans
  18. Victor io, salve 2. Quis curare neget
  19. Precatus est Moyses 2. Memento
  20. Congratulamini 2. Et dum flerem (versie 3)
  21. Ave maris stella 2. Monstra te esse (versie 1)
  22. Ave Maria, ancilla sanctae Trinitatis 2. Ave Maria fons
  23. Ne projicias nos, Domine


n.
Uit die periode (1540-60) zijn verschillende grote manuscriptenverzamelingen bewaard met oude en nieuwe motetten:
De ms BolCQ27/1, BolCQ23 en 24, StuttL43 en SGallS463 met hoofdzakelijk oude nummers
Het ms LucBS775 met ook enkele nieuwe nummers:

Het ms PiacD met 5 missen en 46 motetten en hymnen van Willaert waarvan volgende nummers nieuw zijn:

De nummers met * komen in geen enkel ander ms voor.

o.
Antonio Gardano drukt in 1542 te Venetië een bundel meest nieuwe ZESSTEMMIGE MOTETTEN
(RISM W 1112 - 1542a)

Musicorum sex vocum, que vulgo motecta dicuntur.... liber primus

  1. Pater noster (versie 2)
  2. Ave Maria, gratia plena (versie 4)
  3. In te signis radians (Jachet Berchem)
  4. Verbum bonum 2. Ave solem
  5. Vocem jocunditatis annuntiate
  6. O beatum pontificem
  7. In excelso throno vidi sedere virum
  8. Ave virgo 2. O Maria 3. Igitur nos
  9. Beatus Laurentius
  10. Obsecro Domine 2. Qui regis Israel
  11. O salutaris hostia (versie 1)
  12. O gloriosa Domina 2. Maria, mater
  13. Salva nos, Domine (versie 2)
  14. In diebus illis 2. Et stans retro (versie 2)
  15. Factum est verbum 2. Ego vox (Jachet Berchem)
  16. Venator lepores 2. At Francisce
  17. Domine Jesu Christe 2. O bone Jesu
  18. O beata infantia 2. O felices panni (Loyset Pieton)
  19. Beata viscera Mariae virginis
  20. Peccantem quotidie (Jachet Berchem)
  21. Congregati sunt 2. Disperde illos (Verdelot)
  22. Ave virgo gratiosa (Jachet )
  23. Regem regum Dominum (anoniem)
  24. Qui credit in domino (Maistre Jhan)



p.
Cipriaen de Rore laat in 1544 te Venetië bij Antonio Gardano een bundel motetten drukken onder de titel: Cipriani musici eccelentissimi cum quibusdam aliis doctis authoribus motectorum (RISM 15446)
bevat van Adriaen Willaert vier nieuwe motetten:


q.
Antonio Gardano drukt in 1559 te Venetië de prestigieuze bundel Musica Nova met 27
Latijnse motetten en 25 madrigalen (RISM W 1126 - 1559a)

de motetten:

  1. Domine, quid multiplicati 2. Ego dormivi (4-st)
  2. Dilexi, quoniam exaudiet 2. O Domine libera (4-st)
  3. Confitebor tibi Domine 2. In quacumque 3. Si ambulavero (versie 5)(4-st)
  4. Recordare Domine 2. Patres nostri peccaverunt (4-st)
  5. O admirabile commercium 2. Quando natus es 3. Rubum quem viderat 4.Germinavit 5. Ecce
    Maria 6. Mirabile 7. Magnum haereditas (5-st)
  6. Miserere nostri 2. Alleva manum tuam (5-st)
  7. Sub tuum praesidium (5-st)
  8. Beati pauperes spiritu 2. Beati qui persecutionem (5-st)
  9. Sustinuimus pacem 2. Peccavimus cum patribus (5-st)
  10. Omnia quae fecisti 2. Cognoscimus Domine (5-st)
  11. Veni Sancte Spiritus 2. O lux beatissima (versie 1) (6-st)
  12. Avertatur obsecro 2. Inclina Deus (6-st)
  13. Alma Redemptor Mater 2. Tu quae genuist (6-st)
  14. Peccata mea 2. Quoniam iniquitatem (6-st)
  15. Salve Sancta Parens 2. Virgo Dei Genitrix (6-st)
  16. Audite insulae 2. Et posuit (6-st)
  17. Aspice Domine 2. Plorans ploravit nocte (6-st)
  18. Pater, peccavi 2. Quanti mercenarii (versie 2) (6-st)
  19. Victimae paschali laudes 2. Dic nobis Maria (versie 2) (6-st)
  20. Mittit ad Virginem 2. Exi qui mitteris 3. Audit et suscepit (6-st)
  21. Haec est domus Domini 2. Fundavit eam (6-st)
  22. Huc me sidero 2. Pungentem 3. De me solus amor (6-st)
  23. Praeter rerum seriem 2. Virtus Sancti Spiritus (7-st)
  24. Inviolata, integra et casta 2. Tua per precata (versie 2) (7-st)
  25. Benedicta es coelorum Regina 2. Per illud ave (versie 2) (7-st)
  26. Verbum supernum 2. Se nascens (7-st)
  27. Te Deum Patrem 2. Laus Deo Patri (7-st)

    Zie: Katelijne Schiltz (1966), De "Musica Nova" (1558-1559) van Adriaan Willaert. De
    muzikaal-historische context. Een analyse van de motetten. (zie bibliografie)

    Verder: de madrigalen uit de Musica Nova.

    Belangrijke manuscripten uit die periode met motetten van Willaert:


1561
, Leuven, bij Petrus Phalesius gedrukt:
Liber primus: Moteta quatuor, quinque, et sex vocum, nunc primum in lucem edita.
Liber secundus: Moteta cum sex et septum vocibus, nunc primum inlucem aedita.
(RISM W 1128 - 1561)
Bevat alle motetten uit de Musica Nova



3. Hymnen, psalmen e.a. liturgische werken


a. Hymnorum musica secundum Ordinem Romanae Ecclesiae
eccellentissimi Adriani Vuillart ac aliorum aectorum (hymnen voor de vespers) in 1542, te Venetië gedrukt door Girolamo Scotto en in 1550 licht gewijzigd herdrukt. (RISM W 1113 - 1542b en W 1114 - 1550b)
bevat 26 polyfone hymnen, waarvan er twee op naam staan van Jachet van Mantua.
De hymnen vormen een cyclus, geordend grotendeels volgens het kerkelijk jaar.
Steeds worden de strofen afwisselend gezongen gregoriaans-polyfonie. In de polyfonie wordt terug verwezen naar het gregoriaans door het gebruk van de cantus firmus of een parafrase ervan. In twee hymnen, Vexilla regis (versie 2) en O iubar, zijn alle strofen meerstemmig uitgewerkt.
(Voor verdere uitleg, vooral in verband met het gebruik van de canon- en de cantus firmustechnieken, die zeer typisch zijn voor de hymnen, lees: Ignace Bossuyt. Adriaan Willaert, 1985, p. 115 - 116)

  1. Conditor alme siderum (in Adventu Domini)
  2. Christe, Redemptor omnium (versie 1) (in Nativitate Domini)
  3. Christe, Redemptor omnium (versie 2 - Jachet) (in Nativitate Domini)
  4. Hostis Herodes impie (in Epiphania Domini)
  5. Aures ad nostras deitatis preces (in Dominicis diebus in Quadragesima)
  6. Vexilla Regis prodeunt (versie 1) (in Dominica Passione)
  7. Vexilla Regis prodeunt (versie 2) (in Dominica Passione)
  8. Ad cenam Agni providi (versie 1) (in Tempore Paschali. Ad vesperas)
  9. Magne pater Augustine (in Festo Sancti Augustini)
  10. O iubar, nostrae specimen salutis (in Festo S. Sindonis D. N. J. Chr.)
  11. Proles de coelo prodii (in Festo Sancti Francisci)
  12. Decus morum, dux minorum (in Festo Sancti Francisci)
  13. Ad cenam Agni providi (versie 3) (in Tempore Paschali)
  14. Veni Creator Spiritus (in Festo Pentecostes)
  15. Adesto Sancta Trinitas (in Festo Sanctae Trinitatis)
  16. Pange lingua gloriosi (in Festo Corporis Christi)
  17. Ut queant laxis (versie 1) (in Festo Sancti Joannis Baptistae)
  18. Ut queant laxis (versie 2 - Jachet) (in Festo Sancti Joannis Baptistae)
  19. Aurea luce et decore roseo (versie 1)(in Festivitatibus Apostolorum Petri et Pauli)
  20. Fons pietatis culmina (in Festo Transfigurationis Domini)
  21. Ave Maris stella (versie 2) (in Assumptione Beatae Mariae Virginis)
  22. Tibi, Christe, splendor patris (in Festo Sancti Michaelis)
  23. Iste Confessor Domini sacratus (in Natali Confessorum)
  24. Lucis Creator optime (in Dominicis diebus)
  25. Exsultet coelum laudibus (de Apostolis)
  26. Jesu corona Virginum (in Natali Virginum)



b. I salmi appertinenti alli vesperi per tutte le feste dell'anno, parte a versi, et parte spezzadi accomoddati da cantare a uno et a duoi chori, di Adriano et di Jachet.
(RISM 1550/1)
1550, Venetië, Antonio Gardano en daarna in 1557 onveranderd herdrukt

De bundel omvat 31 composities, bestaande uit 15 verschillende psalmen die in verschillende zettingen voorkomen. Met bijdragen ook van Jan Nasco, Dominique Finot en Henricus Schaffen.

Bossuyt 1985, p. 152: "De belangrijkste (verzameling liturgische werken) is ongetwijfeld de bundel vesperpsalmen uit 1550, waarin de declamatiestijl, niet alleen vanuit zuiver muzikaal oogpunt, maar ook aansluitend aan de liturgische noden, overheerst."

Schiltz 2003, p. 120-121: wellicht van de meest prominente (en door Zarlino uitdrukkelijk geciteerde) vertegenwoordigers van de cori spezzati-stijl".
p. 162 vn 5: "exclusief voor liturgisch gebruik bedoeld"

Soorten:
a. Salmi a versi con le sue risposte a li medisimi Numeri : Elk psalmvers wordt als een afzonderlijk geheel getoonzet in een afwisseling van een eerste en een tweede koorgroep, eventueel ook uit te voeren door één koor (psalmen 1 tot 12, waarvan zes door Willaert samen met Jachet). Jachet de Mantua, eigenlijk de Franse componist Jacques Colebault, neemt telkens het primus chorus voor zijn rekening, Willaert het secundus chorus.
(
Katelijne Schiltz in de bijsluiter van de cd-opname van de Vespro della Beata Vergine,
p. 16)

  1. Dixit Dominus (psalm 109 - versie 1) (Jachet en Willaert)
  2. Confitebor tibi Domine (psalm 110 - versie 1) (Jachet)
  3. Beatus vir (psalm 111 - quinti toni - versie 1 a 8) (Jachet en Willaert)
  4. Beati omnes (psalm 127 - quarti toni - a 8) (Jachet en Phinot)
  5. Laudate pueri Dominum (psalm 112 - versie 1) (Jachet)
  6. In exitu Israel (psalm 113) (Jachet en Willaert)
  7. Laudate Dominum (psalm 116) (versie 1) (Jachet en Willaert)
  8. Dixit Dominus (psalm 109 - versie 2) (Jachet en Phinot)
  9. Laudate pueri Dominum (psalm 112 - versie 2) (Jachet)
  10. Laetatus sum (psalm 121 - versie 1) (Jachet en Willaert)
  11. Nisi Dominus (psalm 126 - versie 1) (Jachet en Willaert)
  12. Memento Domine David (psalm 131 - a 2/3/4) (Jachet en anoniem)

b. Salmi a versi senza risposte: [quali sono nel primo choro] waarbij oneven verzen in het Gregoriaans afwisselen met even verzen in een vierstemmige zetting (de nrs 13 tot 23, geen enkel van Willaert)

  1. Lauda Jerusalem (psalm 147 - versie 1) Jachet
  2. Credidi propter quod (psalm 115 - versie 1) Jachet
  3. In convertendo (psalm 125 - versie 1) Jachet
  4. Domine probasti me (psalm 138 - versie 1) Scaffen

Salmi senza risposte quali sotto nel secondo choro

  1. De profundis (psalm 129 - versie 1) Jachet
  2. Laudate pueri Dominum (psalm 112 - versie 3) Jachet
  3. Laetatus sum (psalm 121 - quinti toni - versie 2) Nasco - M. Jan
  4. Nisi Dominus (psalm 126 - versie 2) Nasco - M. Jan
  5. Dixit Dominus (psalm 109 - versie 3) Jachet
  6. Confitebor tibi Domine (psalm 110 - versie 2) Jachet
  7. Beatus vir (psalm 111 - versie 2 - a 4) Jachet

c. Salmi spezzadi di M. Adriano: doorgecomponeerd in de zin dat er geen echte afsluiting komt tussen de verzen of versfragmenten, doch alleen een verwisseling van koorgroep. De tweede vierstemmige koorgroep zet dus reeds in terwijl de eerste vierstemmige groep nog de laatste noot (of noten) van het vorig vers uitvoert.(de nrs 24 tot 31, alle van Willaert)

  1. Laudate pueri Dominum (psalm 112 - versie 4)
  2. Confitebor tibi Domine (psalm 110 - versie 3)
  3. Lauda Jerusalem (psalm 147 - versie 2)
  4. De profundis (psalm 129 - quinti toni - versie 2)
  5. Memento Domine David (psalm 131 - octavi toni - versie 2)
  6. Domine probasti me (psalm 138 - versie 2)
  7. Credidi, propter quod locutus sum (psalm 115 - versie 2)
  8. In convertendo (psalm 125 - versie 2)

Lewis, Mary S., Di Willaert et di Iachet. I salmi: A reconsideration of a Double-choir Collection from 1550. Studie in Christine Ballman en Valérie Dufour (ed.). "La la la... Maistre Henri".
Turnhout. 2009.

c. I sacri e santi salmi che si cantano a Vespro et Compieta con li suoi Himni, Responsorii et Benedicamus...
1555, Venetië, Antonio Gardano (RISM W 1123 - 1555)
Ongewijzigd herdrukt in 1561, in 1565 (W 1124) en in 1571 (W 1125)

vierstemmig
geschreven volgens het principe van de "salmi a versi senza risposti", waarbij verzen in het Gregoriaans afwisselen met relatief eenvoudige vierstemmige zettingen. Sommige sluiten aan bij eigentijdse werken in falsobordone.
Herdrukt in 1561 door Antonio Gardano, in 1565 door Francesco Rampazetto en in 1571 door de zonen van Antonio Gardano
De eerste uitgave is slechts gedeeltelijk bewaard (o.m. 1 tenor in KBR te Brussel), maar de derde en de vierde editie is volledig bewaard resp. in de Royal College of Music in Londen en de Bayerische Staatsbibliothek in München.
Overal wordt gebruik gemaakt van de cantus firmus-techniek. Sommige werken, zoals de Magnificats, volgens de alternatim-praktijk.

In de volgorde van de uitgave:

  1. Dixit dominus domino meo (psalmus - primi toni - versie 4 a 4)
  2. Confitebor (psalmus - secundi toni)
  3. Beatus vir (psalmus - tertii toni - versie 3)
  4. De profundis (psalmus - quinti toni - versie 3)
  5. Memento Domine (psalmus - septimi toni - versie 3 a 4)
  6. Laudate pueri (psalmus - quarti toni - versie 5 a 4)
  7. Laetatus sum (psalmus - sexti toni - versie 3 a 4)
  8. Nisi dominus (psalmus - tertii toni)
  9. Lauda Jerusalem (psalmus - octavi toni)

Ad completorium

  1. Jube domine benedicere (incipit)
  2. Fratres, sobrii estote (lectio brevis)
  3. Cum invocarem (psalmus sexti toni)
  4. In te domine speravi (psalmus primi toni)
  5. Qui habitat (psalmus septimi toni)
  6. Ecce nunc benedicite (psalmus sexti toni)
  7. Miserere mihi domine (antiphona)
  8. [Te lucis ant terminum]. Procul recedant somnia (hymnus)
  9. In manus tuas domine - Custodi nos Domine (responsorium breve)
  10. Nunc dimittis (Cantus Simeonis - sexti toni)
  11. Salva nos domine (antiphona - versie 1 a 4)
  12. Regina coeli (antiphona)

In festibus Beate Marie Virginis hymnus:

[Ave Maris stella] Sumens illud ave

In die Nativitatis Domine antiphone:

-Tecum principium in die virtutis
-Redemptionem misit
-Exortum est in tenebris
-Apud dominum misericordia
-De fructu ventris tui
-Hymnus: Tu lumen tu splendor

Antiphona: Hodie Christus natus est

(Slotverzen): Deo dicamus gratias
[Magne Pater Augustine]. Amatorem paupertatis (hymnus)
[Ad preces nostras] 2. Respice clemens solio (hymnus tempore quadragesime)
Benedicamus in laude (slotzegen)
Magnificat sexti toni (versie 1 a 3/4)
Magnificat sexti toni (versie 2)

Om een liturgische opbouw mogelijk te maken geeft de uitgave op het einde volgende INDEX

A.Vespro primo In Nativitate Domini

Ad vesperas
Psalmi consueti cum suis Antiphonis
-Dixit
-Confitebor
-Beatus
-De profundis
-Memento
Antiphona: Tecum principium
Hymnus: Tu lumen tu splendor
Antiphona ad Magnificat: Hodie Christus natus est
Benedicamus Domino

B.Vespro secondo della Madonna

-Dixit
-Laudate pueri
-Laetatus sum
-Nisi dominus
-Lauda Jerusalem
Hymnus: Sumens illud ave
-Benedicamus in laude Jesu

C.Ad completorium

Psalmi, antiphone cum suo hymno et versiculis
-Cum invocarem
-In te domine
-Qui habitat
-Ecce nunc
Antiphona: Miserere mihi domine
Hymnus: Procul recedant somnia
Versiculi: In manus tuas
-Nunc dimittis
Antiphona: Salva nos domine
(Antiphona): Regina coeli laetare
Hymnus: Amatorem paupertatis
Hymnus: Respice clemens
(Antiphona ad Magnificat) Tempore Quadragesime et Adventu: Anima mea dominum. Sexti toni
(Antiphona ad Magnificat) Aliis temporibus: Et exultavit spiritus. Sexti toni

Zie: Wolfgang Horn, "Adrian Willaerts 'anderer Vesperdruck'. Bemerkungen zu den Psalmvertonungen in I sacri e santi salmi che si cantano a Vespro e Compieta" (zie bibliografie)

Ander liturgisch werk:

Magnificat del secondo tono (verloren, vermeld in SpataroC)

Zie Marco Longhini in het tekstboekje bij de cd-opname van Stradivarius

d. Het handschrift MS 13 in de Biblioteca Capitolare del Duomo te Treviso werd gekopieerd in 1563 naar de "libri del messer Adriano", die Willaert geschonken had aan zijn leerling en vriend Antonino Barges, kapelmeester aan de dom te Treviso. Het omvat 19 werken van Willaert waarvan 10 in Hymnorum musica te vinden zijn.
De 9 nieuwe hymnen zijn:

e. Het handschrift Fondo Musicale. MSS s.s. (3) in het Archivio del Duomo te Piacenza bevat naast motetten ook 21 hymnen. Alle die hymnen komen ook voor in Hymnorum musica, behalve volgende drie hymnen:

4. Profane motetten

In 1525, ter ere van Francesco II Sforza, hertog van Milaan of Franciscus Maria delle Rovere:

Ca 1529-1532, ter ere van Ferdinand I van Habsburg

Haud aliter pugnans

In 1532, bezingt de roemrijke krijgsverrichtingen van kardinaal Ippolito de Medici tegen de Turken

In 1539:

In 1542:

In 1545, te Venetië, bij Gardano in zijn tweede boek vierstemmige motetten (nieuwe uitgave)

In 1561 gecomponeerd en in 1566 te Venetië door Antonio Gardano gepubliceerd in een madrigalenbundel van Cypriaan de Rore (Il quinto libro di madrigali a cinque voci)

Twee eigenzinnige canons over "drinken"

Vóór 1524:

1523 - 1524:

5 . Madrigalen

Slechts ca. 55 madrigalen zijn met zekerheid van de hand van Adriaen Willaert. Een tiental toeschrijvingen zijn verkeerd of dubieus.
Over de stijlkenmerken van de madrigalen van Willaert, zie Bossuyt 1985, p. 127 - 134
Een historisch-kritische bespreking van de eerste uitgaven, zie de inleiding van Helga Meier in CMM vol. 14.

The early development of the Italian madrigal was fostered as much by foreigners as by
natives, and the considerable contributions made by the 16th-century Flemish composers
Jacques Arcadelt, Philippe Verdelot, and Adriaan Willaert should not be underestimated.
Although Willaert's settings of the works of the 14th-century Italian poet Petrarch and other
serious Renaissance poets maintain an invariably high contrapuntal interest and are
frequently suitable for choral performance, his compositions in the lighter, more homophonic
vein, are well worth acquaintance.
Willaert and his pupil Cipriano de Rore (d. 1565) brought the madrigal to a new height of
expression through their sensitive handling of text declamation and the introduction of word
painting. Emotional words such as joy, anger, laugh, cry were given special musical treatment
but not at the expense of continuity.
(Encyclopaedia Britannica)

Tussen 1534 en 1541 komen de eerste madrigalen voor in vijf bundels, die verschijnen op
naam van Philippe Verdelot.

a.
1534, Venetië, Andrea Antico en Ottaviano Scotto, Il secondo libro de Madrigali di
Verdelot, insiemi con alcuni altri . di Adriano (RISM 153416)
bevat 5 madrigalen van Willaert

b. [c. 1538], Venetië, Antonio Gardano, Di Verdelot le dotte et eccellente compositioni de i
Madrigali a cinque voci, insieme con altri Madrigali di varii autori (RISM [1538]20)

c. 1538, Venetië, Ottaviano Scotto, Dei madrigali di Verdelotto et de altri eccellentissimi auttori a cinque voci, libro secondo.

d. 1540, Venetië, Girolamo Scotto, Di Verdelotto tutti li madrigali del primo et secondo
libro a quatro voci. Aggiontovi anchora altri Madrigali novamente composti da Messer
Adriano et da altri . (RISM 154020)
bevat 3 nieuwe madrigalen van Willaert

e. 1541, Venetië, Antonio Gardano, La piu divina et piu bella musica che se udisse giamai
delli presenti madrigali: a sei voci composti per Verdelot, et altri musici... (RISM 154116 )

f. 1542, Venetië, Girolamo Scotto, Madrigali quatro voci (RISM 154219)
Een verzameling vierstemmige madrigalen of villaneschen w.o. vier nieuwe van Adriaen
Willaert

g. tussen 1542 en 1563
zes anthologien verschijnen "de diversi autori", waarin Willaert telkens met één enkel
madrigaal vertegenwoordigd is, met uitzondering van de verzameling uit 1549
(RISM 154931), waarin twéé madrigalen zijn opgenomen. Deze beide waren reeds
gedrukt bij Scotto in zijn verzameling van 1542 (RISM 154219)

Tussen 1544 en 1566, verschillende uitgaven, o.m.

h.
Madrigali a cinque voci per theorica et practica da lui composti al nuovo modo dal
celeberrimo suo maestro ritrovato, libro primo in 1546 in Venetië door Girolamo Scotto
(RISM W 1119)

i. Cipriaan de Rore: vijf boeken vijfstemmige madrigalen bij Gardano
Vanaf het tweede boek in 1544 t.e.m. het vijfde in 1566 komen er madrigalen van
Willaert in voor, in totaal tien.
1544, Venetië, Antonio Gardano
Herdrukt in 1563

Di Cipriano il secondo libro di madrigali a cinque voci insieme alcuni di M. Adriano et altri
autori (RISM 154417 en 156314 )

-Sciocco fu'l tuo desire
-Qual anima ignorante (versie 2)
-Qual vista Sara mai

Di Cipriano il terzo libro.(RISM 155225)

-Amor da che tu vuoi
-Se la gratia divina
-Ne le amar'fredd'onde
ii. Ceda nata
-Mentr'al bel 2. In te Marte


Di Cipriano il quarto libro (RISM 155723)

-Ingrata è la madonna

Di Cipriano il quinto libro (RISM 156617)

-O socii durate (= O socii neque)

Werken van Cipriano (de) Rore met Willaert e.a. ook bij Scotto:

j. 1548, Venetië, Girolamo Scotto, Di Cipriano (de) Rore et di altri eccellentissimi musici il
terzo libro di madrigali
waarin volgende nieuwe madrigalen van Willaert (RISM 15489)


k. Musica Nova bevat 25 madrigalen naast 27 Latijnse motetten
1559, Venetië, Antonio Gardano (RISM W 1126 - 1559a)
Alle teksten zijn sonnetten, genomen uit Petrarca's 'poesia da lontananza' behalve
sonnet nr 22 Quando nascesti amor (Panfilo Sasso).

Lees in Bossuyt 1985, p. 132 - 134 ook nog over de zinvolle opbouw in twee delen, de
bezetting met mogelijkheden tot allerhande "klankkleuren" en de toepassing van het
bembistisch principe van de "varietà".

Id. p. 134: "Uit de madrigalen van de Musica Nova straalt Willaerts onvolprezen
meesterschap over alle muzikale middelen, die zo prachtig gecombineerd en vooral ook
gedozeerd zijn, dat hij met deze composities schitterende parels schiep, die als
"klassieke" voorbeelden in het genre blijven gelden."

  1. Io amai sempre (4-st)
  2. Amor Fortuna (4-st)
  3. Quest' anima gentil (4-st)
  4. Lasso, ch'i ardo (4-st)
  5. O invidia nemica (5-st)
  6. Più volte già  (5-st)
  7. Quando fra l'altre donne (5-st)
  8. L'aura mia sacra (5-st)
  9. Mentre che'l cor (5-st)
  10. Onde tolse Amor (5-st)
  11. Giunto m'ha Amor (5-st)
  12. I begli occhi (5-st)
  13. Io mi rivolgo (5-st)
  14. Aspro core e selvaggia (6-st)
  15. Passa la nave mia (6-st)
  16. I piansi, hor canto (6-st)
  17. Cantai, hor piango (6-st)
  18. In qual parte del ciel (6-st)
  19. I vidi in terra (6-st)
  20. Ove ch'i posi gli occhi (6-st)
  21. Pien d'un vago pensier (6-st)
  22. Quando nascest, Amor (P. Sasso) (7-st)
  23. Liete e pensose (7-st)
  24. Che fai alma? Che pensi? (7-st)
  25. Occhi piangete (7-st)

    Over de motetten van de MUSICA NOVA, zie hierboven bij "motetten".

l. Madrigali a quatro voci di Adriano Willaert con alcuni Napolitane, et la canzon de
Ruzante .
1563, Venetië door Girolamo Scotto (RISM W 1130 - 1563)
(Fotokopie van de titelpagina in Bossuyt 1985, p. 139, afb. 43)
Een boek met 20 madrigalen en 8 canzonen, alle aan Willaert toegeschreven, maar in
feite zijn er van de madrigalen 2 van Leonardus Barré en 6 van Arcadelt.
Onder de madrigalen van Willaert is slechts één nieuw nummer, nl. :

m . La eletta di tutta la musica intitolata corona. in 1569 gedrukt te Venetië door
Antonio Gardano, bevat 10 vroeger reeds verschenen madrigalen van Willaert, o.m.
enkele uit zijn Musica Nova. (RISM 156920)


6.
Villanesca of canzone villanesche

Aan de basis van de bloei van de Napolitaanse villanella in Noord-Italië ligt de sterke impuls die is uitgegaan van Adriaen Willaert, die zich overtuigd met deze artistiek minder hoogstaande, maar zeer aantrekkelijke muziek heeft ingelaten. Vijftien composities, bekend onder de algemene naam "villanelle" of "canzoni villanesche", staan op zijn naam.
Karakteristieken van de Napolitaanse villanescha zijn de driestemmigheid, de overwegend homofone schrijfwijze, gekenmerkt door syllabische declamatie, het melodische overwicht van de bovenstem, die vaak ontleend is aan een bestaand lied, de wisselende en vaak syncopische ritmiek en de strofische opbouw. Typisch is het geregeld gebruik van parallelle kwinten. (Bossuyt 1985, p. 135)

De naam villanesca komt van het Latijn villanus, wat "gemeen" betekent, dus gaat het over iemand van geringe afkomst.
De tekst van de villanesca bestaat gewoonlijk uit vier symmetrische strofen waarbij het aantal regels kan variëren tussen drie en acht. Meestal is er een refrein.
Er is een onderscheid te maken tussen de eigenlijke villaneschen en enkele nevengenres, zoals

- villotten ( volkse muziek, landelijk van oorsprong, en eigenlijk een danslied. Kende een grote bloei in Venetië tussen ca. 1520 en 1540. bijv. Sospiri miei en Un giorno mi prego. De tekst, met uitdrukkingen in Venetiaanse of Paduaans dialect, bestaat uit één enkele strofe van variabele lengte en zonder refrein. Typisch zijn de ingevoegde nonsens-lettergrepen - di ri don, to ri ron en ru ra ru rella in Sospiri miei. De schrijfwijze is doorlopend homofoon en zelfs overwegend homoritmisch. Bossuyt 1985 p. 138 )

- mascherata alla napolitana (vertoont dezelfde formele en stilistische kenmerken van de villaneschen, maar wijkt inhoudelijk daarvan af. Het bestaat nl. uit een eerder protserige serenade van een groep gemaskerden ten aanzien van dames van lichte zeden, doorspekt met dubbelzinnige woordspelingen. bijv. Cingari simo)

- canzoni (De teksten, die toegeschreven worden aan Ruzante, waren oorspronkelijk gedichten van meerdere strofen met talrijke wendingen in dialect. Willaert nam alleen de eerste strofe over. Bijv. Occhio non fu giamai, Quando di rose d'oro en Zoia zentil.)

-het bicinium (een zeer populair genre, deels syllabisch, deels sterk melismatisch, met pedagogische bedoelingen geschreven)(één compositie: E se per gelosia)

-gregesche. (zie onder)


Zie ook Donna G. Cardamone. Canzone villanesche alla Napolitana and villotte. Madison. 1978.

Ihan Gero. Il primo libro de madrigali italiani et canzoni francesi a due voci,
gedrukt in 1541 te Venetië door Antonio Gardano.
Eerste gedrukte villanescha van Willaert. (RISM 154114)

bevat: E se per gelosia

Girolamo Scotto zorgde voor de eerste uitgave villanellen van Willaert, samen met enkele van Corteccia in 1544. (onvolledig bewaard en moeilijk te reconstrueren)

Samen met Antonio Gardano, had Girolamo Scotto het monopolie in het drukken van de villaneschen.
Hun bezonderste uitgaven waren:

a. Canzone villanesche alla napolitana di M.
Adriano Wigliaret a quatro voci con la canzona di Ruzante. Con la gionta di alcune canzone villanesche alla napolitana di Francesco Silvestrino ditto Chechin et di Francesco Corteccia ...
In 1544 te Venetië gedrukt door Girolamo Scotto en in 1945 herdrukt door Antonio Gardano
(RISM W 1115 - 1545a)

  1. Sempre mi ride sta
  2. O dolce vita mia
  3. Madonn'io non lo so
  4. Cingari simo
  5. Vecchie letrose
  6. Madonna mia fa
  7. Un giorno mi pregò
  8. A quand'a quand'haveva
  9. O bene mio
  10. Sospiri miei


Hoewel in de titel gedrukt staat "con la canzona di Ruzante", wordt dit populaire lied pas in de uitgaven vanaf 1548 opgenomen.

b. Canzon villanesche alla napolitana di messer Adriano a quatro voci con la canzon di Ruzante. Venetië, Antonio Gardano, 1548

Zelfde reeks met toevoeging van : Zoia zentil che per secreta via (=la canzon di Ruzante)

c. Canzon villanesche alla napolitana di messerAdriano a quatro voci con la canzon di Ruzante. Venetië, Girolamo Scotto, 1548

Zelfde reeks als voorgaande uitgave

d. Canzon villanesche alla napolitana... Gardano, 1553

Zelfde reeks als voorgaande uitgave


e. Madrigali a quatro voci di Adriano Willaert con alcune napolitane et la canzon de Ruzante. Scotto, 1563

Zes oudere nummers:


en twee nieuwe nummers:


f.
Di Manoli Blessi il primo libro delle Greghesche con la Musica di sopra, composta da diversi autori
in 1564 gedrukt in opdracht van Antonio Molino door Antonio Gardano. De teksten zijn gedichten van Manoli Blessi (pseudoniem voor Antonio Molino) en de benaming "greghesche" verwijst naar het "gregesca", de taal waarin die gedichten zijn geschreven. Dit bizarre taaltje bestaat eigenlijk niet maar is fictief en gecreëerd door de auteur als een mengeling van Venetiaanse en Griekse dialecten, hiertoe geïnspireerd door het straatleven in Venetië, die een smeltkroes was van verschillende nationaliteiten.

bevat van Adriaen Willaert: Dulce padrun
maar ook twee treurzangen op zijn dood: -Sassi, palae van Andrea Gabrieli en Pianza'l Grego Pueta van Alvise Willaert (neef van Adriaen)

Antonio Molino en de kleurrijke wereld van de 16 de -eeuwse Venetiaanse greghesca
Dr. Prof. Katelijne Schiltz

Een bont gezelschap van natuurelementen - rotsen, zeewier, zoet- en zoutwatervissen, rivieren, ja zelfs zeemeerminnen - wordt in de eerste verzen van het merkwaardige gedicht Sassi, palae ten tonele gevoerd. De lijst van dode en levende materie uit flora en fauna lijkt onuitputtelijk...totdat uiteindelijk duidelijk wordt waarover het hier precies gaat. Al deze figuren worden namelijk opgeroepen om de dood van niemand minder dan Adriaan Willaert, de gewezen kapelmeester van de Venetiaanse San Marco-basiliek, te betreuren. Andrea Gabrieli zette de tekst met veel gevoel voor variatie op muziek: na de contrastrijke behandeling van de natuurelementen (via een voortdurende afwisseling tussen hoge en lage stemmen, syllabische en melismatische passages etc.) gebeurt de mededeling van Willaerts overlijden in een sobere, homofone schrijfstijl: 'O groot leed van de hele wereld, zal er ooit iemand zijn die in even mooie harmonie zijn gelijke zal zijn?'.

Het ietwat bevreemdende karakter van deze 'burleske treurzang' staat eigenlijk symbool voor de hele collectie waaruit dit werk afkomstig is, met name Di Manoli Blessi il primo libro delle Greghesche (Venetië, 1564). Alle teksten uit deze verzameling zijn geschreven door één persoon, met name Antonio Molino, naar wiens pseudoniem (Manoli Blessi) in de titel wordt verwezen. Zijn poëzie is een fictieve mengeling van Venetiaanse en Griekse dialecten, die de naam greghesca (meerv.: greghesche ) meekreeg. Dat dit bizarre taaltje niet door iedereen even gemakkelijk begrepen werd, blijkt onder meer uit het feit dat de drukker Antonio Gardano helemaal achteraan de bundel een lijst met 'verklarende termen' heeft opgenomen. Molino moet een boeiend en veelzijdig figuur zijn geweest: uit verschillende bronnen weten we dat hij actief was als dichter, maar ook als theaterman zou hij zijn sporen hebben verdiend in de ontstaansgeschiedenis van de befaamde commedia dell'arte . Bovendien liet Molino zich ook als componist niet onbetuigd. Zo bracht hij in 1568 en 1569 twee madrigaalbundels voor vier stemmen op de markt.

In meerdere documenten wordt Molino's voorliefde voor het spelen met en vermengen van vreemde talen en dialecten, waarvan de greghesca een perfect voorbeeld vormt, vermeld. Als we Lodovico Dolce's dedicatie tot I Fatti, e le Prodezze di Manoli Blessi (Venetië, 1561) mogen geloven, deed Molino (alias Manoli Blessi) zijn inspiratie hiervoor op tijdens zijn vele handelsreizen naar Griekenland, de Levant enz. Het is echter veel waarschijnlijker dat Molino met al deze vreemde talen nagenoeg dagelijks in zijn eigen stad in contact kon komen. Het 16 de -eeuwse Venetië was immers een smeltkroes van verschillende nationaliteiten, een kruispunt tussen Noord en Zuid, Oost en West, waarvan vooral de omgeving van de Rialto, met haar kleurrijke markten, het levendig bewijs vormde.

Molino zou zelfs een eigen Accademia di musica geleid hebben, waar hij zijn passie voor poëzie, muziek en theater de vrije loop kon laten. Het is dan ook niet ondenkbaar dat het ontstaan van de bundel Di Manoli Blessi il primo libro delle Greghesche in een dergelijke context gesitueerd moet worden. In de zelf geschreven opdracht tot deze collectie (eveneens in de lingua greghesca ) stelt Molino dat hij de componisten zelf heeft verzocht om zijn verzen op muziek te zetten. Indien dit effectief het geval was, kan men zich ook goed voorstellen dat een aantal van deze werken in Molino's Accademia hun première beleefden. Misschien was daarbij zelfs een scenische opvoering niet uitgesloten? Zeker de greghesche op het einde van de bundel, die zijn opgevat als dialogen (e.g. O vui greghette belle ), leveren hiertoe de nodige argumenten. Ook de twee ottave ( Li modi varij en Vegni un Cavalleri ), afkomstig uit de zesde zang van Molino's net genoemde werk I Fatti, e le Prodezze di Manoli Blessi - een parodie op Ariosto's bekende epos Orlando furioso-, maken de link met een theatercontext plausibel.

De bundel bevat muziek voor vier tot acht stemmen. De meeste componisten die we hierin aantreffen behoorden tot de top van het toenmalige Venetiaanse muziekleven: naast de Vlamingen Adriaan Willaert en Cipriano de Rore (diens opvolger als maestro di cappella aan de San Marco-basiliek) springen ook de Italianen Andrea Gabrieli, Claudio Merulo en Annibale Padovano in het oog. Maar de verbindingen reiken verder: naar Padua (Costanzo Porta), Milaan (Pietro Taglia) en zelfs Ferrara (Giulio Fiesco) en Mantua (Giaches de Wert). Vooral Andrea Gabrieli lijkt goed met Molino bevriend te zijn geweest. Hij droeg maar liefst zes werken tot de verzameling bij, terwijl de andere componisten met slechts één of twee (maximaal drie) greghesche vertegenwoordigd zijn. Daarnaast zette Gabrieli nog andere teksten van Molino op muziek, wat resulteerde in de Greghesche et iustiniane…a tre voci (Venetië, 1571). Bovendien is Gabrieli's tweede bundel vijfstemmige madrigalen (Venetië, 1570) niet alleen aan Molino opgedragen, maar bevat hij ook een madrigaal ter zijner ere, met name Molino, a le virtù tante e sì rare .

Qua inhoud en thematiek kan Molino's poëzie bijzonder divers worden genoemd. De topics in in Di Manoli Blessi il primo libro delle Greghesche reiken van panegyrische gedichten voor zangeressen (e.g. Pavolo come'l polo ) en smeekbeden tot vrouwen (e.g. Madonna, hormai mil vedo en Donna, se l'occhio mio ) over subtiele parodieën op de gedichten van Francesco Petrarca en Pietro Bembo (e.g. Cando pinso al turmendo , dat een rechtstreekse allusie is op Bembo's bekende Quand'io penso al martire ) tot twee lamenti op het overlijden van Willaert. Naast Gabrieli's hogerop vermelde Sassi, palae is namelijk ook het door Willaerts neef Alvise op muziek gezette gedicht Pianza'l Grego Pueta geschreven 'Nella morte d'Adrian'.

Dit brengt ons bij een interessant aspect van de bundel, met name de manier waarop door de precieze schikking van de werken een aantal narratieve lijnen duidelijk worden. Ik bedoel hiermee dat de volgorde van de greghesche niet aan het toeval is overgelaten, maar integendeel heel doordacht is. Wanneer men bepaalde stukken immers naast elkaar legt en leest / beluistert, ontdekt men niet zelden een soort van 'rode draad', die zorgt voor een logische aaneenschakeling van het ene werk naar het andere. Een voorbeeld mag dit illustreren. Zo is het geen toeval dat de twee 'treurzangen' ( Sassi, palae van Andrea Gabrieli en Pianza'l Grego Pueta van Alvise Willaert) op de dood van Adriaan Willaert in de bundel onmiddellijk worden voorafgegaan door twee werken ( V'ha ben casun van Daniele Grisonio en Dulce padrun van Willaert zelf), waarin de dood van een klein hondje ('cagnolo') centraal staat. De confrontatie tussen beide paren wekt natuurlijk een burlesk effect op: het sterven van een diertje en dat van de 'grote kapelmeester van de San Marco-basiliek' wordt hier als het ware op gelijke voet behandeld! Het feit dat de twee 'cagnolo'-werken, waarin ook sprake is van de hondster Sirius, op hun beurt worden voorafgegaan door Pavolo come'l polo , dat onder meer de poolster vernoemt, toont aan dat ook hier bewust gezocht is naar gemeenschappelijke elementen die de overgang van de ene greghesca naar de andere heel soepel doet verlopen.

Door het ontdekken van dergelijke subtiele verhaallijnen, maar ook door het rijk geschakeerde karakter van Molino's lyriek en de vele intertextuele verbanden met bestaande poëzie ontpopt de bundel Di Manoli Blessi il primo libro delle Greghesche , die Molino met veel zorg blijkt te hebben samengesteld, zich tot een bijzonder project. Ook de muziek bekrachtigt deze intentie. Niet toevallig zijn, zoals hogerop gezegd, zowat alle betekenisvolle figuren van de muzikale wereld in en rond Venetië bij Molino's ambitieuze project betrokken. Nu eens refereren hun greghesche door de akkoordische, homofone schrijfstijl en de herhalingsstructuren aan de eenvoudigere, ietwat volksere genres. Dan weer leunen ze door het gebruik van chromatiek, tekstexpressie, ritmische contrasten en de polyfone motief- en stemmenbehandeling aan bij de verfijning van het contemporaine Italiaanse madrigaal. Deze collectie greghesche ontvouwt zich in haar talige en muzikale rijkdom voor toeschouwer en luisteraar als een verhaal op zich, als een boeiende getuige van het veelgelaagde culturele leven in het 16 de -eeuwse Venetië.


7. Chansons

Tussen 1520 en 1560 werden 60 à  65 chansons gepubliceerd, waarvan er een aanzienlijk aantal later nog werd herdrukt.

De voornaamste verzamelingen zijn:

a. Motetti novi e chanzoni franciose a quatro sopra doi
(RISM 15203)
in 1520 in Venetië door Andrea Antico
bevat van Willaert 6 vierstemmige chansons
Het zijn alle vierstemmige composities, maar waarvan slechts twee stemmen genoteerd zijn, omdat zij uitgewerkt moeten worden als dubbelcanons - vandaar de vermelding in de titel "a quatro soper doi". (Bossuyt, 1985, p.144)

One type of chanson that does seem to have been developed there (at the court of Louis XII) is the setting of French poetry in the form of a double canon.
Willaert, as a student of Mouton, was also close to the Royal court. (…)  The melodies of nearly all of these canonic songs can be traced to chansons from the courtly repertory.
Irons nous tousjours: melody: Busnois a 4
J’aime bien mon ami: Verbonnet a 3
Mon mari m’a diffamée: ParisBNF 12744
Mon petit cueur: anon. a 3, 1520/6
Petite camusette: Ockeghem a 4
Printed in Venice by Andrea Antico just after he moved his printing firm there from Rome.

Music in renaissance cities and courts
Lawrence F. Bernstein. Art. “Buyers and Collectors of Music Publications” in “Music in Renaissance Cities and Courts. Studies in Honor of Lewis Lockwood”. Michigan. 1996. P. 38


1528 of 1529
gewijzigde herdruk van de Motetti novi e chanzoni franciose uit 1520 van Andrea Antico door Pierre Attaingnant onder de titel Six Gaillardes et six pavanes avec onze chansons musicales a quatre parties... (RISM [1528]/9)
met toevoeging van:


b. 1535 en 1536. Venetië, Andrea Antico en Ottaviano Scotto, Il primo (secondo) libro de le canzoni franzese.
(RISM [15358 en 9 ])

bevat volgende nieuwe nummers:


c. La Couronne et Fleur des chansons a troys
(RISM [15361])
in 1536 in Venetië gedrukt door Antonio dell'Abbate en Andrea Antico

Bevat 41 nummers, waarvan volgende 21 driestemmige chansons van Willaert:


zie: Bernstein, Lawrence, ed., La Couronne et fleur des chansons a troys, New York 1984 (zie bibliografie)

"Vermoedelijk werden (de driestemmige) chansons geschreven tijdens zijn eerste jaren in Italië, dus tussen 1515 en 1521, of misschien stammen ze reeds gedeeltelijk uit zijn Parijse tijd. Een gedeelte sluit aan bij de parafrasetechniek van het Moutontype. (.) Een tweede groep chansons wordt gekenmerkt door syllabische declamatie-motieven, beknopte intonaties, een levendig ritme en een overzichtelijke opbouw, waarbij alle elementen duidelijk in dienst staan van een perfecte aanpassing van de tekst aan de muziek. Ze mogen geplaatst worden tussen 1528 en 1536.
Een derde groep chansons neemt een tussenpositie in: het zijn arrangementen à  la Mouton, maar met trekjes die verwijzen naar het opkomende Parijse chansons, zoals de syllabische schrijftrant en de doorzichtige symmetrische structuur." (Bossuyt, 1985, p. 144)

"Willaerts driestemmige chansons hadden bij de uitgevers blijkbaar een groot succes, want veel van die chansons werden opgenomen in latere publicaties zoals die van Jacques Moderne in Lyon (1539), Adrian le Roy en Robert Ballard in Parijs (1560), Girolamo Scotto in Venetië (1562) en Pierre Phalèse in Leuven (1569)."
zie Thomas, Bernard. Adrian Willaert. 13 Chansons. London Pro Musica. Londen. 1978, p.ii
(uitgave met korte uitleg en de vertaling in het Engels)

d. Selectissimae necnon familiarissimae cantiones. Besonder ausserlessner kunstlicher lustige Gesang mancherley Sprachen.
(RISM 15407)
in 1540 te Augsburg gedrukt door Melchior Kriesstein
bevat 7 werken van Willaert, o.a. een viertal nieuwe:


e. Le quatriesme..., Le cinquiesme....
en Le sixième Livre (RISM 154412, 154413 en 154514)
Tussen 1544 en 1545 te Antwerpen gedrukt door Tielman Susato
Een uitgebreide chansonanthologie in zes delen
Bevat 7 vier-, vijf- en zesstemmige chansons van Willaert, waarvan 5 nieuwe.
Vier zijn met een canon.

  1. Le dur traveil ou mon coeur (nieuw)
  2. Faulte d'argent / Qui a beau ne beuur (nieuw)
    (6-st. met canon : sexta vox: fuga in subdiapente)
  3. Douleur me bat (met canon)
  4. De retourner mon amy (met canon) (nieuw)
  5. Jouissance
  6. Mon cueur, mon corps, mon ame (versie 2) (met canon) (nieuw)
  7. A la Fontaine du pres (6-st.)(nieuw)


f.
1550, Antwerpen, Tielman Susato : Le treziesme livre contenant vingt & deux chansons nouvelles à six et à huyt parties . (RISM 155014)

-Qui veult aymer il fault estre ioyeux (canon in subdiapason)

g. 1560, Parijs, Adrian Le Roy & Robert Ballard, Cincquiesme livre de chansons composé à  troys parties. nouvellement imprimé en troys volumes. (RISM 1560 - W 1127 )
Twintig chansons, alle overgenomen uit La Couronne et fleur des chansons uit 1536 van Andrea Antico, met uitzondering van de canon Sy je ne voy mami, die Le Roy reeds in 1553 had gepubliceerd in zijn Tiers livre de chansons à 3. (RISM 1553/22)
Herdrukt in 1562 en 1578

h. 1560, Parijs, In hetzelfde jaar publiceren Le Roy & Ballard een reeks meestal nieuwe chansons van Willaert: Livre de meslanges contenant six vingtz chansons des plus rares, et plus industrieuses qui se trouvent, soit des autheurs antiques, soit des plus memorables de nostre temps (Lesure 68). Licht gewijzigd herdrukt in 1572 onder de titel Mellange de chansons.
Bevat een 25-tal composities van Willaert, waarvan de volgende tot dan toe nooit verschenen:

h. Il terzo libro delle muse a tre voci, di canzon francese di Adrian Willaert, nuovamente con alcune d'altri autori insieme ristampate et con somma dilligenza corrette
in 1562 te Venetië gedrukt door Girolamo Scotto (RISM W 1129 - [15629])
Alle nummers hernemingen van 1536 behalve


Zie vooral de uitgave van Courtney S. Adams. French Chansons for three voices (ca. 1550).
Part I: Three-Part Chansons Printed by Gardane (1541/13)
Part II: Three-Part Chansons Printed by Gardane (1543/21). The Tiers livre de Chansons Printed by Le Roy and Ballard (1553/22)
A-R Editions, Inc. Madison 1982

"During the sixteenth century, chansons appeared in large numbers and in diverse forms. The pieces in the three source-anthologies selected for this edition illustrate the wide variety of styles present in the three-part French chanson from the early years of the century to 1553. Although two of these sources were published in Venice (in 1541 and 1543), their editor was Antoine Gardane, a Frenchman newly arrived in Italy. A composer as well as an editor, he no doubt had close contact with French musical taste. The third source-volume, issued by Le Roy and Ballard in Paris, appeared in 1553, shortly after the firm began its publishing operations."
Ed. Jane A. Bernstein, Adrian Willaert. The Complete Five and Six-Voice Chansons (zie bibliografie)

"In zijn chansons zet Adriaan Willaert grotendeels de Moutontraditie verder. Zijn eerste probeersels zijn als het ware compositie-oefeningen, die vooral zijn technische vaardigheid moeten illustreren. (Bossuyt, 1985, p.144)

8. Instrumentale muziek: ricercars

Musicologische informatie: Ignace Bossuyt. "Woord vooraf " bij de facsimile-uitgave van de Fantasie recercari contrapunti a tre voci, Peer 1986

(reeks A)


Musica Nova, accommodata per cantar et sonar sopra organi et altri strumenti, composta per diversi eccellentissimi musici
.
in 1540 te Venetië uitgegeven mogelijk door Andrea Arrivabene
Ignace Bossuyt 1986: "Een tamelijk slordige en typografisch niet zo aantrekkelijk uitgebrachte Venetiaanse verzameling van 21 vierstemmige ricercars"

Bevat drie vierstemmige ricercars van Adriaen Willaert: de nummers 1, 10 en 14 (onze nummering: A1, A2 en A3). Ook een vierde en vijfde ricercar wellicht van Willaert of misschien eerder van Julio da Modena: de nummers 6 en 13 (onze nummering: A4 en A5)

Bewaard met één enkel exemplaar van de bassus (Bibliotheca del Conservatorio, Bologna)
gerestaureerd aan de hand van een latere Franse druk: Musicque de Joye. Appropriée tant a la voix humaine, que pour apprendre a sonner Espinetes, Violons, & fleustes.

Deze latere uitgave werd te Lyon door Jacques Moderne gepubliceerd (wellicht tussen 1547 en 1556) onder de titel MUSICQUE DE JOYE . Willaert zou hier vertegenwoordigd zijn met nog twee ricercars, die niet in de MUSICA NOVA staan. Dit zesde en zevende ricercar kan echter evenzeer toegeschreven worden resp. aan Julio da Modena en aan Gabriel Coste, (onze nummering A6 en A7)
(RISM 155024 - zie onder)
Zie commentaartekst van Beatrice Barazzoni bij de cd 21/VII en van H.C. Slim in de inleiding tot de moderne uitgave in Monuments of Renaissance Music, uitg. dr. E. Lowinsky, 1, (Chicago - Londen, 1964).

(reeks B)

Motetta trium vocum ab pluribus authoribus

in 1543 te Venetië gedrukt door Antonio Gardano
herdrukt in 1551 en 1569.

bevat 4 ricercars, elk in een eigen tonaliteit, vermoedelijk bedoeld als orgelintonaties die konden gespeeld worden vóór de uitvoering van een der motetten. (onze nummering: B1, B2, B3 en B4)

(reeks C)

RISM B/I 154934
Venetië. Hieronymo Scotto. Fantasie, et recerchari a tre

bevat bevat 13 werken van Girolamo Tiburtino en acht ricercars van Adriaen Willaert

vindplaats :
GB. Londen. British Library
I. Bologna. Museo internazionale e biblioteca della musica

digitaal :
(Londen) http://digirep.rhul.ac.uk/items/54c31d9f-d737-ca5d-d88f-56e7f801c30a/1/
(Bologna) (slechts enkele bladzijden)
http://badigit.comune.bologna.it/cmbm/images/ripro/gaspari/_U240/U240C_00r.asp

Kidger : p. 97 - 98




Fantasie, recercari, contrapunti
a tre voci di M. Adriano et de altri autori appropriati per cantare et sonare d'ogni sorte di strumenti, con due Regina coeli, l'uno di M. Adriano et l'altro di M. Cipriano, sopra uno medesimo canto fermo
In 1551 te Venetië gedrukt door Antonio Gardano (RISM W 1121 - 1551/16)
Gewijzigde herdruk van de Fantasie et recerchari a tre voce door Girolamo Tirburtino / Girolamo Scotto uit 1549.
bevat 7 ricercars uit die eerste editie van 1549 (C2 - C3 - C4 - C5 - C6 -C7 - C8) en 2 nieuwe (C1 en C9)

In 1559 en 1593: nieuwe herdrukken door Antonio Gardano
Zie de facsimile-uitgave uit 1986 door Musica, Peer (met inleiding door Ignace Bossuyt) en de uitgave in moderne partituur bij Schott (ANT 135) uit 1933 door Herman Zenck met commentaar, beide van de druk uit 1559.


Nummers van de ricercars

reeks A: Ricercars a 4 - Musica nova en Musicque de Joye

 

A.W.F.-
nr

oeuvre
nr

Kidger
nr

Musica Nova
154022

Musicque de Joye ca. 155024

A1

436

I015

1

3

A2

437

I016

10

4

A3

438

I017

14

21

A4

439

I019

6

8

A5

440

I020

13

17 en 20

A6

441

I018

-----

7

A7

442

-----

-----

24


 

 

 

 

 

 

reeks B: Motecta trium vocum

 

A.W.F.
nr

oeuvre
nr

Kidger nr

Antonio Gardano
15436 / 15693

B1

443

I001

XXVI - in re

B2

444

I002

XXVII - in mi

B3

445

I003

XXVIII - in fa

B4

446

I004

XXX - in sol

 

reeks C: Fantasie et recercari (contrapunti) a tre voci

 

A.W.F.
nr

oeuvre
nr

Kidger nr

154934

nr / pag.

155116 / 155925 /
1593B

nr / pag. / ondertitel

ed. Judd

nr / pag.

ed. Zenck

nr / pag.

ed. Flor Peeters

jaar / nr / pag.

C1

447.

I013

-----

3 / 5
primo

 

3 / 14-23

1 /
8-9

-----

C2

448.

I010

31 / 27

4 / 7 segondo

 

4 / 24-32

2 /
11-13

1949 / 14 / 36-39

C3

449.

I009

30 / 26

5 / 9
terzo

 

5 / 33-42

3 /
13-16

-----

C4

450.

I007

28 / 24

6 / 11
quarto

 

6 / 43-54

4 /
16-19

-----

C5

451.

I005

26 / 22

 

7 / 13
quinto

7 / 55-65

5 /
19-22

-----

C6

452.

I006

27 / 23

8 / 15
sesto

 

8 / 66-73

6 /
23-25

1938 / 10 / 24-27

C7

453.

I011

32 / 28

9 / 17
settimo

 

9 / 74-81

7 /
25-27

1945 / 15 / 36-39

C8

454.

I008

29 / 25

10 / 19
ottavo

 

10 /
82-99

8 /
27-30

------

C9

455.

I014

-----

12 / 23 decimo

 

12 /
100-104

9 /
30-31

1938 / 9 / 22-23

C10* = C5

 

456

-----

33 / 29

-----

-----

-----

-----

D1

456.

i021

-----

-----

 

-----

-----

----

*C10 is hetzelfde ricercar als C05, maar een kwart lager.

 



9. Intavolatura de li madrigali di Verdelotto da cantare et sonare nel lauto, intavolati per Messer Adriano

(RISM W 1104 en W 1105 en ook V1224 en V1225)
Deze publicatie uit 1536 van Andrea Antico en Ottaviano Scotto bestaat uit 22 bewerkingen voor luit en stem door Adriaen Willaert van vierstemmige madrigalen van Verdelot. Een eigenaardig repertoire, interessant om uit te voeren op kamerconcerten, maar waar musicologen nogal wat vragen bij hebben. Het gebruik om liederen te zingen door een solostem met luitbegeleiding was in die tijd wel gebruikelijk voor de meer luchtige "frottola", maar de madrigalen werden gezongen door polyfone vocale groepen. Die bewerkingen gaf men de naam "intabulaties", omdat de notatie voor de luit gebeurde niet op de traditionele manier met noten op notenbalken, maar met letters die de vingergrepen aanduidden. Waarom heeft Willaert die madrigalen bewerkt? Er zijn geen andere bewerkingen in dat genre van Willaert bekend. Ook niet van eigen madrigalen. Om hulde te brengen aan Verdelot? Waarom heeft Verdelot zelf die intabulaties niet geschreven? Misschien omdat hij geen luitist was? Zou het kunnen dat de bewerkingen toch niet van Willaert zijn, maar dat de uitgevers de naam van de beroemde koorleider van de San Marco hebben misbruikt om de uitgave te kunnen verkopen? Die uitgave heeft een tweede (ongewijzigde) druk gehad in 1540 door Gerolamo Scotto. Het genre heeft dan een groot succes gekend en ligt wellicht mee aan de basis van de ontwikkeling van het ernstige sololied.

  1. Quanto sia lieto il giorno (El canto a tre Tasti della sottana)
  2. Quando amor i begliocchi (Al quinto del Canto)
  3. Donna leggiadra, e bella (A tre dil canto)
  4. Madonna qual certezza (El canto vuoto)
  5. Con lagrime e sospir (A tre tasti dil canto)
  6. Fugi, fugi cor moi (A tre dil canto) = Fuggi, fuggi...
  7. Igno soave que il mio foco (A doi tasti dil Canto)
  8. Amor se d'hor in hor (Al terzo de la Sottana)
  9. Donna che sete tra le belle bella (Al secondo dil canto)
  10. Se mai provasti donna (Al secondo de la Sottana)
  11. Afflitti spirti miei (Al terzo tasto de la Sottana)
  12. Ben chel' misero core (Al secondo dil Tenore)
  13. Madonna il tuo bel viso (Al terzo de la Sottana)
  14. Divi ni occhi sereni (A cinque dil Canto)
  15. Se lieta e grata morte (El canto Vuoto)
  16. Vita de la mia vita (Al canto Vuoto)
  17. Gloriar mi posso io donne (Al quinto dil Canto)
  18. Piove de gli occhi della donna (A tre de la Sottana)
  19. Con langelico riso (A tre de la Sottana)
  20. S'io pensasse madonna (Al quinto dil Canto)
  21. Madonna io sol vorrei (A tre dil Canto)
  22. Madonna per voi ardo (La sottana Vuota)

    Deze bundel madrigalen van Verdelot en Willaert uit 1536 wordt herdrukt met toevoeging van drie of vier nieuwe nummers van Willaert.

    Zie: Massimo Lonardi op de bijsluiter bij de cd "Intavolature dei Madrigali di Verdelot" (cd nr 21/VI)

    vindplaatsen: A Wenen. Österreichische Nationalbibliothek
    facsimile: Intavolatura de li Madrigali di Verdelotto—Venezia 1536. Florence: Studio
    per Edizioni Scelte, 1980 of 1981. (Archivum Musicum Collana di test rari no. 36)
    facsimile:
    OMI
    Kidger: p. 8-10
    RISM: A/I W1104 (1536)

Terug naar overzicht oeuvre.

Top

Volg ons op Facebook Volg de Adriaen Willaert Foundation op Facebook

© AWF-foundation vzw - info@adriaenwillaert.be